Fokprogramma / AGT-bevruchtingsstations
Deutsch
English
Français
Nederlands
dinsdag, november 20, 2018

AGT-bevruchtingsstations

AGT ziet tolerantiebevruchtingsstations als een hele goede manier om darren aan een sterke natuurlijke selectie op varroatolerantie te onderwerpen. Naast de vitaliteitstest vormen ze de tweede peiler van de verbetering van de randvoorwaarden voor de telers op de weg naar varroatolerante bijen.


Gewoonlijk zijn de darrenvolken op een bevruchtingsstation na intensieve ont-mijting na de winter vrij van varroamijten. Dat is ook belangrijk want de teelt van darren gaat gepaard met een sterke groei van mijten. Maar tegelijkertijd worden daarmee mogelijke verschillen tussen de darrenvolken in vermogen om de mijten de baas te blijven aan het oog onttrokken.
 

De geparasiteerde dar

De gedachte om tolerantiebevruchtingsstations in te richten berustte op het wetenschappelijke inzicht dat het bevruchtingsresultaat van een darrenvolk sterk afhangt van de varroabesmetting. Als een dar tijdens de broedontwikkeling door één enkele mijt is geparasiteerd, dan heeft dat al aanzienlijke gevolgen voor de kans met een jonge koningin te gaan paren:

  • Hij kan minder goed vliegen
  • Hij kan zich minder goed oriënteren
  • Het aantal spermacellen is aanzienlijk verminderd
  • Zijn levensverwachting is korter

 
De ‘fitness’ van een geparisiteerde dar is dientengevolge vergeleken met die van een onaangetaste concurrent aanzienlijk minder. Op een bevruchtingsstation strijden duizenden darren om enkele honderden koninginnen.

Daardoor ondergaan darren bij de voortplanting een heel sterke natuurlijke selectie. Slechts 0,1% van de geteelde darren lukt het daadwerkelijk te paren. De tolerantiebevruchtingsstations benutten deze selectiedruk expres uit oogpunt van de varroatolerantie. Darrenvolken waarbij de varroabesmetting snel toeneemt zullen nauwelijks hun genen door kunnen geven aan de volgende generatie. Darrenvolken daarentegen waarbij de mijtengroei bij gelijke hoeveelheid broed gematigder verloopt, zullen een groter paringssucces vertonen.
 

Het management van darrenvolken

Ondanks de verhoogde belasting met mijten moeten ook op een AGT-bevruchtingsstation voldoende vruchtbare darren rondvliegen. De slechte kwaliteit van de geparisiteerde darren wordt door een overmaat aan darrenvolken gecompenseerd. De besmettingsgraad van de volken wordt continu in de gaten gehouden. Worden schadedrempels overschreden, dan kunnen passende maatregelen genomen worden.
Bijvoorbeeld kan alle gesloten broed uit de kast genomen worden, waarmee 80% van de mijten verwijderd wordt. Al bij de opbouw van de darrenvolken wordt met het principe van schadedrempels gewerkt. Te sterk besmette volken worden in de winter eenmalig met melkzuur gesproeid.

AGT-bevruchtingsstations brengen veel extra werk met zich mee zodat het aantal zeker beperkt zal blijven. De ervaringen tot nu toe laten echter zien dat koninginnen bij een voldoend aantal darrenvolken ook op de AGT-bevruchtingsstations adequaat bevrucht worden.
 
 

Hoeveel vadervolken (4a)?

Wat betreft het aantal vadervolken (4a) waarvan de nakomelingen op de AGT-stations rondvliegen worden momenteel twee wegen bewandeld. Op Norderney bijvoorbeeld wordt uitsluitend groepen van volle zusters geplaatst, terwijl op de andere AGT-bevruchtingsstations zoals Gehlberg verschillende groepen volle zusters staan, die daar tot op zekere hoogte met elkaar concurreren.
Voor de teeltwaardeschatting betekent dit dat de vaderkant op Norderney volledig kan worden meegenomen. Wanneer er daarentegen sprake is van verschillende 4a-volken, dan wordt de bijdrage van darrenzijde op het gemiddelde van de populatie gesteld (=100).
De voordelen van de aanparing komt pas in de volgende generatie tot expressie. Dan pas wordt duidelijk welke opvallend goede genen waren  in de ‘black box’ waar de darren van afstamden.
 
Wanneer men in plaats van de geschatte teeltwaarde de selectiescherpte als doorslaggevend aanhoudt,  dan komt de tweede manier - met diverse groepen van volle zusters – er als beste af. Hierbij is sprake van een scherpe natuurlijke selectie, terwijl de darrenvolken genetisch sterker van elkaar verschillen. Darrenvolken die gevoeliger zijn voor Varroa leveren een geringere of in het geheel geen bijdrage aan de volgende generatie.

Vader- of darrenvolken (4a) die op de AGT-bevruchtingsstations worden opgesteld zijn voor alle kenmerken qua teeltwaarde bovengemiddeld (A-keuring). Er wordt vooral gelet op de tolerantiecriteria: aantal mijtenval en percentage uitgeruimde cellen (pintest) en/of ze zijn er in de vitaliteitstest erg goed uitgekomen.
 

AGT-bevruchtingsstations

De volgende bevruchtingsstations worden als AGT-bevruchtingsstations aangemerkt:

Erbeskopf
Toleranz Landbelegstelle
Rheinland-Pfalz
Gehlberg
Toleranz Landbelegstelle
Thüringen
Haßberge
Toleranz Landbelegstelle
Bayern
Hoher Randen
Toleranz Landbelegstelle
Baden-Württemberg
Hundeluft
Toleranz Landbelegstelle
Sachsen-Anhalt
Jasnitz
Toleranz Landbelegstelle
Mecklenburg-Vorpommern
Mali Drvenik 
Toleranz Inselbelegstelle
Kroatien
Norderney
Toleranz Inselbelegstelle
Schleswig-Holstein
St. Johann
Toleranz Landbelegstelle
Bayern