Fokprogramma / Prestatietoets en varroatolerantie / ontwikkeling van varroabesmetting
Deutsch
English
Français
Nederlands
Tuesday, January 26, 2021

De ontwikkeling van varroabesmetting

Ontwikkeling en controle van de besmetting in de loop van het bijenseizoen

Varroamijten parasiteren zowel op volwassen bijen als op broed. De vermeerdering vindt echter alleen in gesloten broed plaats. De Varroavrouwtjes stappen kort voor het verzegelen van het broed in de cel en beginnen ongeveer 70 uur later met het leggen van eitjes.

De Varroabesmetting neemt daarom alleen toe wanneer er broed in het volk aanwezig is. Gemiddeld verdubbelt de besmetting zich elke 3-4 weken. Tussen volken bestaan echter grote verschillen in het verloop van de besmetting, afhankelijk van de broedactiviteit, de hoeveelheid broed, de vruchtbaarheid van de vrouwtjesmijten, etc. Bijzonder interessant zijn die volken waarbij de toename van het aantal mijten vlakker verloopt dan bij vergelijkbare volken. Om deze volken op te sporen wordt de ontwikkeling van de besmetting beoordeeld door middel van de natuurlijke mijtenval in het voorjaar en door het tellen van mijten op bijen in de zomer.

Zodra de volken voldoende stuifmeel binnenbrengen, begint het broeden. De bloei van de grauwe wilg is in vele gebieden de eerste stuifmeelbron van enige betekenis.We kunnen daarom aannemen dat dan de broedactiviteit begint en daarmee ook de toename van de Varroabesmetting. Op dat moment wordt de mijtenval gemeten. ’s Zomers neemt de besmetting heel snel toe. Doordat na de langste dag de broedactiviteit van de volken weer afneemt, stijgt het aantal Varroamijten per bij. Aan de hand van een monster bijen kan men op dit moment de besmetting in een volk goed schatten. Deze twee meetpunten samen worden statistisch verwerkt tot een kengetal voor de toename van besmetting.

De erfelijkheidsgraad voor het kenmerk ‘besmettingstoename’ is recent geschat op 24%.
Diepgaander informatie over de besmettingstoename vindt u in ons methodenhandboek.